Wind, vogels en vergezichten

Een grenspad hoog in het Zuid-Limburgse heuvelland, net onder Noorbeek. Om me heen akkers en weilanden, in de verte plukjes rode daken en een kerktoren. Er waait een stevige wind vanuit het Belgische Voerdal. De zon aarzelt.

Verderop staat een soort boswachtersautootje in de berm. Met op het dak iets wat op een grote telelens lijkt. Daarachter een muts.

Dichterbij zie ik indrukwekkende fotoapparatuur op het dak liggen, het is beplakt met textiel in camouflagekleuren. De muts zit op het hoofd van een man die onverstoorbaar door de zoeker van de camera blijft kijken. Toch kan ik het niet laten om te vragen wat hij in het vizier heeft.

“Nu niks meer”, bromt hij en stapt achter de camera vandaan, “maar net vloog een rode wouw langs.”

“Oh, mooi, die heb ik nog niet gezien.”

Kraanvogels

De vogelaar priemt in de richting van een stel vijftigers die hem eerder voorbij liepen. “Weet je wat het is met wandelaars? Het interesseert de meesten geen bal waar ik naar sta te kijken, ze willen het merk van mijn camera weten en de specs van de lenzen….Vertel ik over die rode wouw, vragen ze of dat een zeldzame vogel is! Nee mensen…, niet zeldzaam, wel heel bijzonder!”

“Dan ben je vast benieuwd naar de kraanvogels”, zeg ik, “die vliegen deze week over dit gebied.”

Hij haalt zijn schouders op. “Voor kraanvogels moet je eigenlijk 360 graden zicht hebben. Snap je wat ik bedoel? Je weet namelijk nooit precies uit welke richting ze komen en als je dan rondom vrij zicht hebt, is het allicht een keer raak.” Zijn blik dwaalt af. “Kijk! Daar is de rode wouw.” Ik pak mijn verrekijker en zie die prachtige, roodbruine vogel met de gevorkte staart, balancerend op de wind, gespitst op een lekker hapje tussen de maisstoppels.

Ideale luchtstroom

Tijd om verder te gaan. Het grenspad blijft op hoogte en heb nog altijd messcherp uitzicht. Bij De Plank steek ik een drukke N-weg over en loop verder over weer een hooggelegen pad tussen weilanden. In de verte het Belgische dorpje Teuven. Ik plof op een bankje en koester een pril zonnetje. De wind neem ik op de koop toe.

Ineens is er dat geluid, ergens ver weg…..dan dichterbij. Een schel, langgerekt grruuh…grruuh…. Ik tuur naar boven en zie op grote hoogte een wolk over elkaar heen buitelende vogels. Het beeld in de verrekijker brengt me in jubelstemming: kraanvogels! In een vrije kür op zoek naar de ideale luchtstoom. Een paar vogels vliegen terug in het gareel en nemen de rest op sleeptouw. Minstens vijftig! Meteen hoor ik achter me de volgende vlucht aanwaaien. En daarginds vliegt nog een groep kranen in drie langgerekte V’s de heuvels over.

Benieuwd of die vogelaar ook zo’n mooie 360 graden-spotplek vond.

Een verhaal schrijven betekent vaak: schrappen! Hoe zorg je dat jouw lezer niet struikelt over details en nieuwsgierig blijft tot het einde? Hoe haal je die glimlach tevoorschijn? Ik help je graag op weg! Contact ↓