Geheim van de vogelaar

Nog een half uurtje en dan verdwijnt de zon ginds achter de bomen. Op de dijk bij het Dal van de Beerze, haal ik met de verrekijker het landschap dichterbij. Zonlicht onthult stukken ondergelopen land; het wordt weer langzaam natter hier.

“Heb je al wat moois gezien?” Een man stapt van zijn fiets en komt naast me staan. Winterklaar ingepakt, vrolijke muts ver over zijn oren. Ik wijs naar een grote plas water: “Net twee grote witte reigers, verder alleen wilde eenden.”

Kolganzen

Zijn pretoogjes dwalen over de vlakte. “Zal ik eens wat verklappen? Om half zes komen hier honderden kolganzen overnachten. Ze zitten nog daarachter in de weilanden.” Ik kijk met hem mee in de richting van de oranjekleurende horizon. Hij vertelt over gebieden die hij langsfietst om vogels te tellen. En weet precies welke soorten er zitten.
 
Maar deze vogelteller moet nu echt opschieten; een paar kilometer verder wacht de volgende telsessie. Een snelle groet en weg is hij weer.

Roodborsttapuit

Langs een slootkant vangen rietpluimen de laatste zonnestralen. Een roodborsttapuit landt boven in een zacht wiegende stengel, zijn kopje in het licht dat langzaam dooft.

Klein geluk.

Iets wat ik jou ook gun. Ga naar buiten: kijk, zie en ontdek jouw pareltje in het groen!

Voor die kolganzen kom ik in ieder geval nog een keertje terug….

Infobord Natuurmonumenten Dal van de Beerze